De tekenen van de tijd: Meervoudige Religieuze Betrokkenheid

Steeds meer mensen voelen zich verbonden met meer dan één religieuze of spirituele traditie. Zij hebben een Meervoudige Religieuze Betrokkenheid, of met de meer gebruikte Engelse term, Multiple Religious Belonging, afgekort tot MRB. Daar wordt wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, er zijn studiebijeenkomsten en er verschijnen publicaties. Dit artikel is een schets van de recente ontwikkelingen in Nederland. Het stukje ‘Flexibel Geloven in boekhandel Kirchner’, dat op de sociale media verscheen, is hier in opgenomen.

De komende jaren werken diverse wetenschappers aan onderzoek naar MRB. De leiding is in handen van André van der Braak, hoogleraar aan de Vrije Universiteit (VU) op het gebied van boeddhistische filosofie in dialoog met andere levensbeschouwelijke tradities, en Manuela Kalsky, directeur van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving (DSTS) en bijzonder hoogleraar aan de VU voor de Edward Schillebeeckx leerstoel en initiatiefnemer van Nieuwwij.
Onderzocht wordt hoe we het verschijnsel MRB beter kunnen begrijpen en of mensen in Nederland twee of meer tradities naast elkaar hebben, of dat ze elementen op elkaar stapelen en het meer gelaagd is en ook wat dit met al die individuele zoekers betekent voor de binding van mensen aan gemeenschappen. Waar horen zij bij? Wat houdt hen bij elkaar? Waarin drukt zich hun verbondenheid uit: welke rituelen, welke woorden, welke symbolen brengen hen bij elkaar?

Flexibel Geloven
De eerste vrucht van dit onderzoek is het boek ‘Flexibel Geloven’ dat enkele maanden geleden verscheen. Het bevat diepte-interviews met MRB’ers, die laten zien hoe de vragen van mensen naar zin individueel beleefd worden, nu de traditionele instituten kleiner zijn geworden. Frieda Pruim maakte 11 prachtige interviews, waaruit religieuze meerstemmigheid opklinkt. Manuela Kalsky schreef een inleiding en slotbeschouwing, met als titel: ‘Voorbij de hokjesgeest op zoek naar wijsheid’.
Een van de ge-interviewden is Diana Vernooij, christen en boeddhist, voorganger in De Duif. Zij was op 7 oktober 2014 samen met Manuela aanwezig in Boekhandel Kirchner in Amsterdam. Zij vertelden naar aanleiding van het boek en gingen in gesprek met de aanwezigen.
Manuela zei dat de grenzen tussen religies vloeibaar zijn geworden. Er waren altijd al mensen die leefden in twee tradities omdat ze die van huis uit meekregen, maar tegenwoordig gaan mensen zelf op zoek.
Diana Vernooij, stelde dat er maar twee religies zijn: fundamentalisme en openheid. Wil je houvast hebben, alles dichttimmeren of ben je op zoek naar wat bij je past, wat een goede richtingwijzer is voor jou. Hoe jij goed kunt leven. Van huis uit RK, ziet ze de beperkingen. De Feministische theologie stelde: wij zijn zelf de kerk. Dat veranderde echter niets aan het feit dat je als vrouw nooit een voortrekkersrol mag vervullen. Maar rond het ziekbed en het overlijden van haar moeder was er een pastor die goede begeleiding gaf en in zijn ritueel iedereen mee nam, zo dat het troost gaf en helpend was. Dat was een eyeopener. Zij realiseerde zich dat dit in de kraakbeweging en feministische beweging ontbrak.
Zij ontdekte het boeddhisme. Nu heeft ze beide tradities nodig, en zijn al haar overwegingen in De Duif boeddhistisch geïnspireerd. In de christelijke traditie is het makkelijker om je te betrekken op je naaste, maar het gevaar van activisme ligt daar wel op de loer. Je moet rechtvaardigheid doen. In het boeddhisme vindt ze ruimte voor vragen als hoe om te gaan met het leven, hoe je geest in elkaar zit en hoe je je vrijer kunt maken.
Zij onderstreepte het belang van rituelen, vanouds belangrijk in religieuze tradities. Rituelen helpen mensen het leven te ordenen en zin te geven. In deze tijd ontstaan nieuwe rituelen, bijvoorbeeld na ingrijpende gebeurtenissen en rond Allerzielen.
Zelf op zoek gaan naar wat je zin en richting geeft kan ook eenzaam maken. Het is prettig als je ook iets van buiten krijgt, je kunt niet alles uit boeken en jezelf halen. Hoe vind je een gemeenschap, waar genoeg vrijheid is en waar je ook genoeg kunt krijgen? Dat is een belangrijke vraag. Treffend werd dit verwoord door een jonge filosofie-studente, die van huis uit geen enkele traditie heeft meegekregen en overal zoekt naar houvast en antwoord. Je moet alles zelf doen en dat heeft ook iets moeilijks, zei ze, je hebt de geschiedenis niet meegekregen. Op de vraag uit het publiek wat ze zou doen als ze zelf een kindje zou krijgen, antwoordde ze na enige aarzeling: “Ik zou het misschien toch wel wat willen meegeven”.

Meister Eckhart
Tijdens een symposium in De Nieuwe Liefde, op zaterdag 15 oktober, ter gelegenheid van de 100ste geboortedag van de Dominicaan Edward Schillebeeckx, werd de tweede studie van het onderzoek naar MRB gepresenteerd: ‘De spiritualiteit van Meister Eckhart’.

De middeleeuwse mysticus en Dominicaan Meister Eckhart is bijzonder populair, niet alleen bij christenen maar ook bij zen-filosofen en bij een seculier publiek. Zo vormt hij voor velen een brug tussen de verschillende religies. André van der Braak is al jaren Eckhart-fan, vertelde hij. Al leefde Eckhart 700 jaar geleden, zijn tijd leek wel wat op de huidige tijd. Ook toen waren er grote verschuivingen in de theologie, zochten mensen naar nieuwe vormen van spiritualiteit en was er veel experimenteerdrift. Begijnen daagden de kerk uit. Deze vrouwen meenden dat waarheid niet alleen in het instituut van de kerk te vinden was, maar ook in jezelf. Eckhart was eigenlijk aangesteld om de nonnen in toom te houden, maar hij had juist sympathie voor hen.
In zijn preken gaat Eckhart tot het uiterste om deze spiritualiteit te legitimeren. “Ik bid tot God dat hij me van God verlost”, zegt hij. Zo kwam hij met de kerk in Rome in conflict en werd op het matje geroepen, net als Schillebeeckx zoveel eeuwen later overkwam.
Wat is het in Eckhart dat mensen raakt? Mensen worden aangesproken door de nadruk die Eckhardt legt op het niet-weten, op de onkenbaarheid van God, wat God allemaal niet is, waardoor ruimte kan worden gemaakt voor wat God wel is. Deze gedachte wordt gewaardeerd door zenboeddhisten.
Maar Eckhart heeft het ook over de geboorte van God in de ziel. De godsgeboorte is niet eenmalig maar vindt voortdurend in de ziel plaats. Dat komt dicht bij het beeld van de Boeddhanatuur: iedereen is een Boeddha in het diepst van zijn ziel, maar we zien het niet. Het besef daarvan kan wel elk moment doorbreken. Het gaat om het ontwaken van wat altijd al gaande is. Dat kan onmiddellijk en die onmiddellijkheid spreekt mensen aan. Het gaat het om de bewustwording van de eenheid die al het geval is.
In het diepst van onze gedachten is een plek waar we niet weten wie we zijn en eigenlijk is dat onze diepste religieuze identiteit. Alle religieuze tradities willen die plek levend maken. Dat zie je goed bij Eckhart en daarom is deze studie verschenen, als tweede publicatie van het onderzoeksproject naar het verschijnsel van MRB.

Het eerste exemplaar van het nieuwe boek werd uitgereikt aan de schrijver Oek de Jong, Eckhartkenner en –liefhebber. Hij herkent zich als solo-religieus, zoals dat in de bundel gedefinieerd wordt, een zoeker “naar een vrij beleefde religiositeit, ontdaan van alle officiële beeldvorming en constructies, die de ontvankelijkheid voor het bestaansmysterie bedekken.”
In zijn jonge jaren had hij zich eens teruggetrokken in de Ardèche, om een verhaal te schrijven, terwijl hij tegelijk ook een boek uit het taoïsme bestudeerde. Daar begreep hij opeens hoe het schrijven werkt: dat hij zich moest laten sturen door beelden die opkomen uit de black box, uit het onbewuste deel van de psyche, en dat hij daarbij niet moest vragen naar het waarom. Toen hij vele jaren later dat bekende zinnetje van Eckhart las: “Leben ohne warum”, (leven zonder waarom), resoneerde dat net zo sterk in hem als de ervaring die hij had bij het lezen van dat taoïstisch geschrift.
Dankzij zijn omzwervingen door het taoïsme en later het boeddhisme heeft Oek de Jong een scherper zicht gekregen op de waarde van het christendom, zei hij. Eckhart gaat met hem mee. Voelbaar in Eckharts preken is dat hij spreekt vanuit wat Paul van Ostaijen heeft genoemd “een gloed gans van binnen”.

Ruben Habito
Ruben Habito, voormalig jezuïet en thans zenmeester, was de hoofd-spreker van het symposium. De dag ervoor was er al een expert-meeting met hem. Toen kwam aan de orde dat in Azië de grenzen tussen de verschillende religieuze tradities vager lijken dan in de westerse wereld en er zouden als gevolg daarvan hierover mogelijk minder problemen zijn.
Iets daarvan blijkt in de roman, ‘Het leven van Pi’, van Yann Martel (2001, Nederlandse vertaling 2003). De hoofdpersoon, Pi Patel, een jongen uit India, slaagt er in tegelijkertijd hindoe, christen en moslim te zijn en met geestelijken van al deze drie religies goede contacten te onderhouden en de rituelen te vervullen. Dat gaat goed totdat Pi tijdens een wandeling met zijn ouders deze drie geestelijken tegelijk ontmoet. Tegen de ouders zijn ze alle drie vol lof over hun vrome zoon, maar van elkaar wisten ze niets. Ze reageren geschokt, maar Pi kan alleen maar uitbrengen dat Mahatma Gandhi ooit zei dat alle religies waar zijn en dat hij gewoon God wilde liefhebben. Zijn vader zegt daarop dat we dat waarschijnlijk allemaal proberen, God liefhebben, waarop de geestelijk weggingen. Later vraagt Pi aan zijn ouders een gebedskleedje en ook om gedoopt te mogen worden, waarop zijn vader zich af vraagt wat hij met zijn zoon aan moet die “godsdiensten opdoet, zoals een hond vlooien”.

We kunnen ons afvragen of mensen die verschillende tradities met elkaar combineren wel theologische problemen hebben die daaruit voortkomen. Pi uit het boek van Martel heeft ze niet en uit de interviews in het boek Flexibel Geloven blijkt daar evenmin iets van. Ruben Habito stelde dat het zenboeddhisme zijn christen-zijn verdiept heeft en ook Diana Vernooij combineert het boeddhisme met het christendom en zij zijn niet de enigen. In het boeddhisme, zoals dat in Azië beleefd wordt, kan alles helpend zijn en is er zodoende geen probleem als elders inspiratie gevonden wordt. In het westen daarentegen worden tradities vaak in hokjes verdeeld en wordt bepaald wat er wel en wat er niet bij hoort. Zelfs het westerse boeddhisme doet daar aan mee.

Voordat Ruben Habito zaterdagmiddag met zijn verhaal gaat beginnen vroeg hij de aanwezigen om met hem een paar minuten stil te zijn om het mysterie van de adem te ervaren.
In zijn jeugd, vertelde hij, gold nog dat er buiten de kerk is geen heil te vinden is. Maar al die waarheidsclaims, exclusiviteit en vijandige houdingen ten opzichte van andere religies moeten we achter ons laten. God kunnen we ook buiten de kerk ervaren. Hij wil de kerk echter niet achter zich laten, maar juist open breken. Misschien zijn daar nu, met de nieuwe paus, kansen voor. “Zen heeft me het vertrouwen gegeven dat ik muren kan afbreken zonder angst,” zei Habito. “Zen is een uitdaging om je hart te openen.” God breekt altijd door muren heen.

Aan het slotdebat neemt ook Annewieke Vroom deel. Zij is voorganger in de Dominicus en onlangs gepromoveerd op een onderzoek naar een interreligieuze dialoog. De titel van haar proefschrift luidt: ‘God of Leegte? Zenboeddhist Masao Abe in dialoog met christelijke denkers’. Een verslag van haar promotie is hier te lezen.

De vraag wordt gesteld of het mogelijk is om tegenstrijdige elementen uit verschillende religies te verbinden zonder ze geweld aan te doen? “Ik werk er nog aan,” antwoordde Habito. “Je komt in een contemplatieve ruimte waar woorden tekortschieten. Alleen op het niveau van de ervaring kunnen we het eens zijn.”
André van der Braak weet dat vooral jongere generaties MRB’ers zich niet druk maken om tegenstrijdigheden. Zij zoeken hun eigen weg en dat roept vragen op over commitment en binding. Misschien is er zelfs sprake van bindingsangst onder moderne gelovigen. Daarbij komt dat er veel comfort is in dat MRB-schap, maar het is de vraag of er ook uitdaging is. Aan de andere kant zijn ook binnen de kerk velen alleen maar op zoek naar comfort, en ook onder MRB’ers is er commitment aan mensen, groepen en idealen in de maatschappij. Habito is het ermee eens. “Misschien is een nieuwe vorm van kerk wel te vinden in het eco-activisme, waar God zich manifesteert in de zorg om onze gewonde aarde. De vraag is hoe we deze groepen kunnen integreren. Een open vraag wat mij betreft.”

Carla van der Heijden

Literatuur:

Flexibel Geloven, zingeving voorbij de grenzen van religies. Manuela Kalsky en Frieda Pruim, Skandalon 2014

De spiritualiteit van Meister Eckhart, een dominicaanse mysticus in een multireligieuze samenleving, André van der Braak (red.), Parthenon 2014

Het leven van Pi, Yann Martel, Prometheus (Life of Pi, 2001, uit het Engels vertaald, Nederlandse uitgave 2013)

Flexibel Geloven

Dinsdagavond 7 oktober verzamelen zich ruim 20 mensen in Boekhandel Kirchner in Amsterdam. Manuela Kalsky en Diana Vernooij vertellen naar aanleiding van het boek Flexibel geloven, en gaan in gesprek met de aanwezigen.
Religieuze meerstemmigheid is een tamelijk onbekend gebied. De traditionele instituten zijn kleiner geworden maar de vragen van de mensen zijn urgenter dan ooit. In het boek staan 11 interviews die laten zien hoe deze vragen individueel beleefd worden.
Manuela Kalsky zegt dat de grenzen tussen religies vloeibaar zijn geworden. Aan de VU wordt onderzoek gedaan naar Multiple Religious Belonging. Er waren altijd al mensen die leefden in twee tradities omdat ze die van huis uit meekregen, maar tegenwoordig gaan mensen zelf op zoek. Onderzocht wordt of mensen twee of meer tradities naast elkaar hebben, of dat ze elementen op elkaar stapelen en het meer gelaagd is en ook hoe het met al die individuele zoekers dan zit met gemeenschap.
Diana Vernooij, christen en boeddhist, voorganger in De Duif, is een van de geïnterviewden uit het boek. Zij stelt dat er maar twee religies zijn: fundamentalisme en openheid. Wil je houvast hebben, alles dichttimmeren of ben je op zoek naar wat bij je past, wat een goede richtingwijzer is voor jou. Hoe jij goed kunt leven.
Van huis uit RK, ziet ze de beperkingen. De Feministische theologie stelde: wij zijn zelf de kerk. Dat veranderde echter niets aan het feit dat je als vrouw nooit een voortrekkersrol mag vervullen. Maar rond het ziekbed en het overlijden van haar moeder was er een pastor die goede begeleiding gaf en in zijn ritueel iedereen mee nam, zo dat het troost gaf en helpend was. Dat was een eyeopener. Zij realiseerde zich dat dit in de kraakbeweging en feministische beweging ontbrak.
Zij ontdekte het boeddhisme. Nu heeft ze beide tradities nodig, en zijn al haar overwegingen in De Duif boeddhistisch geïnspireerd. In de christelijke traditie is het makkelijker om je te betrekken op je naaste, maar het gevaar van activisme ligt daar wel op de loer. Je moet rechtvaardigheid doen. In het boeddhisme vindt ze ruimte voor vragen als hoe om te gaan met het leven, hoe je geest in elkaar zit en hoe je je vrijer kunt maken.
Zij onderstreept het belang van rituelen, vanouds belangrijk in religieuze tradities. Rituelen helpen mensen het leven te ordenen en zin te geven. In deze tijd ontstaan nieuwe rituelen, bijvoorbeeld na ingrijpende gebeurtenissen en rond Allerzielen.
Zelf op zoek gaan naar wat je zin en richting geeft kan ook eenzaam maken. Het is prettig als je ook iets van buiten krijgt, je kunt niet alles uit boeken en jezelf halen. Hoe vind je een gemeenschap, waar genoeg vrijheid is en waar je ook genoeg kunt krijgen? Dat is een belangrijke vraag. Treffend werd dit verwoord door een jonge filosofie-studente, die van huis uit geen enkele traditie heeft meegekregen en overal zoekt naar houvast en antwoord. Je moet alles zelf doen en dat heeft ook iets moeilijks, zei ze, je hebt de geschiedenis niet meegekregen. Op de vraag uit het publiek wat ze zou doen als ze zelf een kindje zou krijgen, antwoordt ze na enige aarzeling: Ik zou het misschien toch wel wat willen meegeven.

(ook gepubliceerd op www.nieuwwij.nl)

Dansende voeten

Zaterdagmiddag 23 augustus 2014: Dominicuskerk open voor publiek. In de Spuistraat staan bierfietsen opgesteld met daar om heen brallende toeristen. Overal en nergens vandaan gekomen, om in Amsterdam de bloemetjes buiten te zetten op een manier die ze thuis niet in hun hoofd zouden halen. Ze lijken geen idee te hebben waar ze zijn. Zij zien niet dat ze pal voor een kerk staan en niet dat de deur van die kerk aan diezelfde Spuistraat wijd open staat. En ook niet het grote informatiebord met daarbij Geert-Jan die mensen uitnodigt om naar binnen te gaan. “Kom binnen”, zegt hij vriendelijk, “mooie kerk.”
Eenmaal binnen gekomen is de chaos van buiten snel vergeten. In de kerk is er een oase van rust en schoonheid. Het orgel strooit prachtige klanken in het rond. Thom Jansen zit in het midden en speelt de sterren van de hemel. Maar misschien wel even indrukwekkend als het luisteren naar de klanken die hij voortbrengt is het kijken naar zijn voeten. Soepel en speels als een danser beroeren ze de pedalen. Dansende voeten.
Mensen blijven staan en luisteren ademloos. Sommigen branden een kaarsje, anderen gaan ergens zitten, en blijven, het hele halve uur lang. Thom lijkt niets te merken. Hij speelt. Hij is muziek. En de muziek is Thom. Zijn hele lichaam doet mee. Alles beweegt; zijn hoofd, zijn armen, zijn handen, zijn vingers, zijn rug, zijn benen, zijn voeten.
Dichterbij kun je nauwelijks komen. Hier in deze ruimte, geheiligd door talloze gebeden, waar muziek neerdaalt vanuit de sterrenhemel en dan, op de aarde, deze dansende voeten.

(ook gepubliceerd op de website van de Dominicusgemeente Amsterdam)

Iemand begint te gaan, begint te zingen…

Het is voorjaar, bijna zomer, de terrassen zitten vol en op donderdagavond in de Dominicuskerk zingt het koor “Een lied voor de winter”. Het lied past niet in deze tijd van het jaar, dat weten we wel, maar daar laten we ons niet door weerhouden. We staan in een kring rond de piano en zingen boven onszelf uit: “Gaan, wie durft gaan? hoe gaan we? gaan we niet? waarheen gaan? Weet iemand het wachtwoord? wie heeft een sleutel? Wie heeft iets eetbaars? wie een droom, een heimwee? Iemand begint te gaan, begint te zingen…….”
Het lied is oud, bijna vergeten, niet eens meer opgenomen in nieuwere uitgave van partituren bij de bundel die wij in de Dominicus nog altijd gebruiken. Wie kent het nog? Waar wordt het nog gezongen?
Het moet vroeger toch wel vaak in de Dominicus geklonken hebben, blijkens de oude, versleten koorpartijen die we in onze handen hebben. Ze zijn soms bijna onleesbaar. Sommige koorleden kennen het goed en slepen de anderen mee. Moeilijk is het niet. Het is eind jaren 60 in enkele dagen is ontstaan, toen Huub Oosterhuis met zijn gemeente de Ignatiuskapel plotseling moest verlaten. Bernard Huijbers gebruikte bij uitzondering de makkelijk zingbare 6/8 maat. Het moest immers meteen worden uitgevoerd.
Enkele weken later sluiten we de laatste repetitie voor de zomer af met dit lied, en de dag erna klinkt het in de aula van Zorgvliet, bij een uitvaart.
Hoewel ik het zelf niet eerder gezongen had bewaar ik wel een speciale herinnering aan dit lied. Als meisje van 16 liep ik de Pax Christie voettocht in Den Bosch. Toen ik na 3 dagen lopen met mijn groep de enorme Brabanthallen binnentrok klonk het daar. Het golfde door de hallen. Dit en nog veel meer komt boven tijdens het zingen. Er is daarvoor tijd genoeg, het duurt bijna 10 minuten. Tegen het einde van het lied valt het koor stil en vult de stem van sopraan Tineke de ruimte van de verder lege kerk: “Ik hoef geen weg, geen sleutel…” Andere solisten vallen haar bij. De rest van het koor houdt de adem in.
Dan zingen allen: “Geen zilveren sleeën, geen goud in de grond, enkel een hand op mijn hart en een mond op mijn mond.”

(ook gepubliceerd op de website van de Dominicusgemeente Amsterdam)